Deel 6

 Hermaness 'Land of the Bonxie'

Ook deze dag was het mistig bij het opstaan, maar af en toe trok het wat op, de mist kwam eigenlijk in vlagen langs trekken.
Vandaag moesten we maar eens helemaal naar de Noordpunt van de Shetlands op het Eiland Unst, waar volgens de boeken en folders het mooiste Natuurreservaat ligt van de Shetlands.
Onderweg was het toch knap mistig, en we vroegen ons af wanneer dat op zou houden.
Zo af en toe reed je in een keer uit de mist en was het kraakhelder met zon en helderblauwe lucht, maar dan na een half uurtje, bam! Kwam je weer gewoon in een muur van mist terecht.
Dit ging eigenlijk zo de hele weg zo door, dus we hoopten dan maar dat het op de eindstreep helder zou zijn.
Tussendoor moesten we ook nog twee keer een pond nemen over een ander eiland Yell, we hadden niet gereserveerd, de nieuwe boot die hier zou varen was weer uit de vaart genomen, en de oude boot voer weer, wat dus resulteerde in wachten tenzij je had gereserveerd.
Toen we aan de andere kant van dit eiland aankwamen waren we toch maar even zo slim geweest om te bellen, en gelukkig hier konden we direct mee, en reden wij een rij wachtende voorbij.

grotejager01kl

Grote Jager

Aangekomen bij Hermaness zijn we nog even in een bezoekerscentrumpje wezen kijken. Hier las ik ook dat het in dat jaar een desastreus jaar was geweest voor veel Zeevogels, Drieteenmeeuwen waren bijna niet tot broeden gekomen en er was te weinig vis voor de Papegaaiduikers. Dat was ook wel een beetje mijn eigen indruk, ik zag vrijwel geen Papegaaiduikers met visjes in de bek, in tegenstelling tot het jaar daarvoor.

Op het kaartje stond dat we een doorsteek moesten maken naar de kant waar de zeevogels zaten, dat was een uurtje lopen ongeveer, dus Finn in de rugdrager en daar gingen we.
Het was een moerassig stukje land, drassig met o.a. veel veenpluis wat we aflegden afgewisseld in mist en helderder weer, wat de hele dag zo bleef trouwens.
Onderweg struikelde je zowat over de Grote Jagers, je kon er vrij dicht bij komen zonder ze te storen, hier zit met zo’n 800 paar en is de 3e grote kolonie wereldwijd.
Daarnaast hoorde ik nog wat vreemde geluiden die ik niet zo goed kon thuisbrengen, na een tijdje zag ik het, dit kwam van de Bonte Strandlopers die de geluidjes produceerden.
Verder zaten hier ook Regenwulpen.

hermaness06kl

Kustlijn, de stipjes rechts op de foto
zijn de 17.000 Jan-van-genten.

Aangekomen aan de kustlijn zag het er mysterieus uit, mist Helblauwe zee, ca. 170 meter naar beneden, ruige zee en kust en veel zeevogels in de lucht en op de kliffen.
Zeekoeten (20.000 paar), Papegaaiduikers (25.000 paar), Alken (1000 paar), Kuifaalscholvers (400 paar), Noorse Stormvogels (14.000) en Drieteenmeeuwen (1000) en een enkele Kleine Jager.
De aantallen tussen haakjes geven de aantallen broedparen weer die er toen ongeveer zaten.

Een paar dagen geleden in Durness had ik nog tegen vrienden gezegd dat je goed moest op letten als je een grote groep Jan-van-genten in zee zag duiken bij elkaar.
Dat duidt op veel vis en ook op een goede mogelijkheid op andere beesten als Dolfijnen b.v.
De mist boven het water trok op en op dat moment zagen we veel Jan-van-genten duiken, en ik zei nog tegen Karin moet je kijken leuk hoe die duiken. Het was nog niet tot mijzelf doorgedrongen wat ik dus een paar dagen geleden gezegd had waar anderen op zouden moeten letten.
En in een keer zie ik ze Dolfijnen! Ik schreeuw het uit, moet je kijken een paar Dolfijnen! Die hadden we nog nooit gezien, behalve in het dolfinarium dan, prachtig gezicht, wat een opwinding als je ze zelf ontdekt gewoon op zee.
Snel pakte ik mijn fototoestel, ik wou kijken of daar nog iets van vast viel te leggen hoewel ze wel heel laag onder ons zaten, en ik het met de analoge lens van 300mm moest doen.
Karin heeft inmiddels de verrekijker en kijkt ook naar de plek waar ze zwemmen.

Op het moment dat ik de camera er op richt en de grootste vergroting neem die ik heb, stokt mijn adem! Er is geen Dolfijn meer te zien, maar ik zie ORCA’S!, ik sta aan de grond genageld en schreeuw nog maar eens een keer, nu staan er 3 mensen vlak naast ons gezellig naar een paar “domme” Papegaaiduikers te kijken, dus ik zeg Orca’s over there! Ze snappen mij niet, het zijn Italianen, dus ik denken o ja Killer Whales, ze kijken er ook even naar, maar lijken minder onder de indruk, ze hadden ook geen goede verrekijker, dat zal het zijn, de Papegaaiduikers op 15 meters afstand deed hun toch meer.

orca2kl

Bewijsplaatje van de Orca's

Afijn ik heb een paar bewijsplaatjes kunnen maken, ik heb er zeker 3 gezien en de Dolfijnen natuurlijk, maar die lijken op zo’n moment al weer vergeten, terwijl die ook nieuw waren voor ons.
Wat een indrukwekkende vissen met die vinnen en de witte vlekken nooit te missen. Ze zwommen net om een klif heen, binnen 1 minuut waren ze dus al weer uit beeld, terwijl naar mijn idee het heel lang duurde.
Ze stonden in ieder geval op ons netvlies gedrukt. Met bonkend hart renden we nog snel om de klif heen, maar vonden ze helaas niet meer terug.

Na deze ervaring gingen we maar even rustig zitten en konden we genieten van de vele Papegaaiduikers die er af en aan vlogen en die je van alle kanten kon fotograferen.
Daarna liepen we een eindje langs de kustlijn in de richting van de Jan-van-genten. Wat me wel op viel dat er ook veel Konijnen zaten langs de kliffen, waardoor de Tapuiten een plekje voor het uitkiezen hadden, verder nog wat Graspiepers.

Een half uurtje later zijn we verder gaan lopen langs de kliffen richting de Jan-van-genten.
Hoe dichter we erbij kwamen des te meer lawaai we hoorden van de vogels en des te erger het stonk.
Bij zulke grote aantallen broedvogels ruik je de ammoniak goed kan ik je verzekeren. Maar goed, na al aardig wat zeevogels te hebben gezien de laatste paar jaar raak je daar ook wel weer aan gewend.

hermaness05kl

Jan-van-gent

Veel van de 16000 paartjes Jan-van-genten die op Hermaness broeden zaten onder ons op de kliffen, en ook een groot aantal op een hele grote rots een eindje in zee.
Finn voelde zich niet helemaal lekker en Karin wou ook eigenlijk terug, maar ik wou nog even iets verder naar achteren lopen om daar te kijken of je iets dichter bij kon komen.
Karin en Finn liepen alvast terug, en ik dus nog even kijken, en inderdaad daar een paar honderd meter verder kon ik ze van vrij dichtbij mooi bewonderen.
Met gevaar voor eigen leven liet ik me iets naar onderen glijden op het gras langs de rand, maar goed dat ik alleen was anders had het nooit gemogen.
Vanuit die positie, 150 meter recht naar beneden kijkend had ik een mooi beeld voor wat foto’s. Achteraf denk je eigenlijk aan het gevaar als je eraf zou vallen.
Na deze mooie ontmoeting ben ik maar snel achter de anderen aangegaan en heb ze bijgehaald en zijn we terug gekeerd naar de auto.
We moesten immers ook nog op tijd weer terug om de laatste pondjes niet te missen en op een eiland vast komen te zitten.
Terug op de camping vertelden andere Nederlanders die daar zaten dat ze de hele dag aan het strand hadden gezeten in de zon, nog geen 10 kilometer verderop aan de westkant van het eiland.
Zo zie je maar hoe vreemd daar de klimatologische omstandigheden zijn: de een rijdt de hele dag in veel mist en de ander zit vlakbij de hele dag in de zon.

Copyright © 2018 Reisverslagen Henk de Lange. Alle rechten voorbehouden.